K.I.D.S.

Ontstaan van de sportmethode “kanjers in de sport”
Kanjers in de sport is in 2003 gestart met de ontwikkeling van een specifieke sportmethode. Kanjers in de sport is gebaseerd op de succesvolle onderwijsmethode die is ontwikkeld door drs. Gerard Weide van het instituut voor kanjertrainingen in Almere. Al bijna dertien jaar werkt het instituut volgens de methode met aantoonbaar resultaat. Zowel curatief als preventief wordt de methode ingezet en hebben duizenden kinderen en hun ouders veel baat bij de kanjertrainingen. Zeer nadrukkelijk is door het instituut gekozen voor een heldere en innovatieve werkwijze die leerkrachten in staat stelt om nog meer te realiseren met betrekking tot de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Er is een groot aantal werkboeken ontwikkeld die ingezet worden vanaf de kleuterschool tot en met het voortgezet onderwijs.

De in 2003 gestarte samenwerking die moest leiden tot een methode voor de sport kreeg een enorme impuls door de participatie van de IOS (interprovinciale Organisatie Sport) en de provinciale sportraden. Mede door de subsidie (zie VWS tekst) in het kader van het Europees jaar van opvoeding door sport is een werkboek voor de sport ontwikkeld en zijn er 600 workshops voor sportverenigingen georganiseerd. Na de succesvolle projectperiode is veel energie gestoken in het verder ontwikkelen van de methode. Er is aansluiting gezocht bij het (sport)onderwijs, de sportbonden en de gemeenten.

Uitgangspunten
Kanjers in de sport is direct afgeleid van de kanjertrainingen, ontwikkeld door het instituut voor Kanjertrainingen. Het herkennen van bepaalde typen kinderen en het gebruiken van de kanjerafspraken zijn de basis van de methodiek. Beter inzicht en begrip voor karakter en gedrag stelt de jeugdsportbegeleider in staat actief in te spelen op gedragsontwikkeling. De kanjermethode onderscheidt vier typen karakters en vier typen gedrag. Om de methode voor kinderen begrijpelijk te maken is gekozen om de karakters een eigen typering te geven en het gedrag te kenschetsen door middel van het gebruik van gekleurde petten.

Zo onderscheiden we de “baasspeler” (zwarte pet = de hork, aso, haantje de voorste), de “meeloper” (rode pet = de uitlacher, lang leve de lol), de “bange” (gele pet = de stille, faalangstig, teruggetrokken) en de “kanjer”( witte pet = de topper, het gaat goed met mij). Ieder type heeft zijn eigen basisverlangens en ook de wijze waarop deze types naar zichzelf en naar anderen kijken is typerend.

 

In de Sportkanjertrainingen worden zes kanjerafspraken gemaakt.

* We helpen elkaar
* We vertrouwen elkaar
* We lachen niet uit
* Niemand speelt de baas
* Niemand doet zielig
* We respecteren onszelf en anderen

De afspraken helpen de jeugdsportbegeleiders om ongewenst gedrag te bespreken en als niet wenselijk (niet afgesproken) te betitelen. Kinderen reageren zeer positief op de methode en krijgen zelf steeds meer inzicht in het gedrag van zichzelf en anderen. In de Sportkanjermethode wordt continu en doelbewust gewerkt aan de zogenaamde kanjerwaarden. We streven ernaar dat kinderen blij zijn, zichzelf durven zijn, complimenten kunnen geven en ontvangen, kritisch durven zijn, zelfvertrouwen hebben en respectvol zijn. Kanjers in de sport hecht er waarde aan dat de sport zelf voor de jeugdsportbegeleider de primaire doelstelling moet zijn. We moeten de sport zo goed mogelijk aanbieden aan onze jeugd, maar daarnaast (en minstens zo waardevol) moet er meer en beter aandacht zijn voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van jonge sporters.

 
Kanjertrainingen
De training heeft niet als doel kinderen braaf te krijgen, of beter te maken. Het is in die zin geen opvoedkundig programma.
“Het belangrijkste doel is dat een kind positief over zichzelf en de ander leert denken. Als gevolg hiervan heeft het kind minder last van sociale stress. Ook op langer termijn is dit effect merkbaar. Het blijkt dat veel kinderen na het volgen van de Kanjertrainingen zich beter kunnen concentreren op school en betere leerresultaten behalen.”
(Weide, 2001)